Het Nederlandse Supplement van

november/december 2020

Ambassadeurs van Christus

De Bijbel vergelijkt ons met koningen en priesters, een taak die we later zullen uitoefenen en waarvoor we nu als het ware in opleiding zijn. Ook nu al bekleedt ieder van Gods geroepenen een ambt. Welk ambt dat is? Het wordt genoemd in 2 Korinthe 5:20: “Wij zijn dan gezanten namens Christus."

Paulus bedoelde in dit vers niet alleen zichzelf en de andere apostelen (al zijn Bijbelcommentaren hierin niet eenduidig). Paulus zegt echter zelf in 1 Korinthe 11:1: “Wees navolgers van mij, zoals ik navolger van Christus ben.”

Paulus had een boodschap voor de wereld en wij horen die als zijn navolgers ook te verkondigen. Wat dat betreft zijn we als hemelburgers op aarde misschien wel het beste te vergelijken met een gezant, een ambassadeur.

In dit supplement wordt gekeken naar wat het betekent om een ambassadeur van Christus te zijn. Wat is daarvoor nodig? En hoe kunnen we een goede ambassadeur van Christus zijn?

Door onze rol als ambassadeurs van Christus te vergelijken met het diplomatieke ambt van een ambassadeur kunnen we antwoorden op deze vragen vinden.

Allereerst enkele definities van een ambassadeur:

  • Een ambassadeur is een man of vrouw die de regering van zijn/haar land vertegenwoordigt bij een ander land. Formeel vertegenwoordigt een ambassadeur dan het staatshoofd.
  • Iemand die door de ene staat is aangesteld om deze staat bij een andere staat te vertegenwoordigen.
  • Diplomatiek vertegenwoordiger van de hoogste rang; vroeger beschouwd als de persoonlijke vertegenwoordiger van de vorst.
  • Gevolmachtigd gezant of boodschapper.

Een ambassadeur heeft de nationaliteit en is een burger van het land dat hem/haar heeft uitgezonden.

Wij hebben met onze roeping en doop een nieuwe nationaliteit ontvangen.

“Hij [dat is de Vader] heeft ons getrokken uit de macht van de duisternis en overgezet in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde” (Kolossenzen 1:13).

Op ons geestelijke paspoort staat niet langer Koninkrijk der Nederlanden, maar Koninkrijk van God. Op ons geestelijke paspoort staat niet langer dat we de Nederlandse nationaliteit hebben, maar de Hemelse.

“Ons burgerschap is echter in de hemelen” (Filippenzen 3:20).

Normaal is het zo dat onze nationaliteit bepalend is voor onze identiteit en voor wie we zijn. Waardoor laten wij onze geestelijke identiteit nu in hoofdzaak bepalen? Voelen wij ons nog steeds op de eerste plaats Nederlander of Belg?

Of voelen wij ons nu medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, zoals staat in Efeze 2:19: “Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God (…)”.

Vanaf het moment dat God ons heeft overgezet in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde, hebben wij een nieuwe Vader gekregen en daarmee ook een nieuw vaderland, een hemels vaderland.

Net als de geloofshelden in Hebreeën 11 worden wij geacht niet meer te denken aan ons oude vaderland (verzen 15-16).

Wij worden feitelijk geacht onze oude nationaliteit op te geven.

Alhoewel tegenwoordig in beginsel ieder land maatregelen neemt ter voorkoming van gevallen van dubbele nationaliteit, kan in de praktijk iemand toch de nationaliteit of het staatsburgerschap van twee landen hebben.

Er gaan steeds meer stemmen op dat een dubbele nationaliteit eigenlijk verboden zou moeten zijn voor alle personen die een publieke functie bekleden, dus ook voor ambassadeurs.

De reden hiervoor is dat men vindt dat de schijn van belangenverstrengeling en dubbele loyaliteiten in het openbaar bestuur te allen tijde moeten worden uitgebannen.

Een ambassadeur wordt geacht de belangen te behartigen van het land dat hem heeft uitgezonden. Maar in het hypothetische geval dat de ambassadeur wordt uitgezonden naar het land waarvan hij de tweede nationaliteit heeft, van welk land behartigt hij dan de belangen?

Want zoals Mattheüs 6:24 zegt: “Niemand kan twee heren dienen, want of hij zal de één haten en de ander liefhebben, of hij zal zich aan de één hechten en de ander minachten.”

Met onze roeping en doop zijn wij burgers geworden van het Koninkrijk van Gods geliefde Zoon en zijn wij ambassadeurs van Christus geworden. Willen wij Christus op een effectieve manier vertegenwoordigen, dan is het belangrijk dat wij afstand doen van onze oude nationaliteit, van onze oude mens en van alles wat voor ons vroeger belangrijk was en we niet gelijkvormig worden aan deze wereld, zoals Paulus zegt in Romeinen 12:2.

Nu horen wij conform Kolossenzen 3:11 er ook niet meer aan te hechten dat we Nederlander zijn of Belg, man of vrouw, jong of oud, blank of zwart, rijk of arm, afgestudeerde of handwerker.

Onze identiteit wordt nu bepaald door het feit dat wij van Christus zijn.

In de praktijk ervaren we echter dat het oude vaderland vaak nog aan ons trekt. Onze oude nationaliteit is verbonden aan onze oude mens die ons soms nog parten speelt. Hoe gaan we daarmee om?

Veronderstel dat er een meer is met op de bodem rots-pieken, landruggen, scheepswrakken of oude huizen, zoals soms het geval is bij een stuwmeer.

Als het meer vol water staat, zal een schip van al die zaken geen last hebben, hoewel ze er wel zijn. Zodra het water in het meer echter gaat zakken, worden het hinderlijke obstakels.

Als ons geestelijk niveau ‘hoog’ is, zullen we van onze ‘vleselijke obstakels’ (onze oude mens oftewel onze oude nationaliteit) weinig last hebben. Om ons geestelijk niveau hoog te houden zijn voortdurend gebed, dagelijkse Bijbelstudie, vasten en meditatie belangrijk!

Een ambassadeur is een gevolmachtigd gezant

Om een staatshoofd te kunnen vertegenwoordigen, moet men wel benoemd zijn en gevolmachtigd zijn.

Een ambassadeur ontleent zijn bevoegdheid om zijn staatshoofd te vertegenwoordigen aan de zogenaamde geloofsbrieven. De geloofsbrieven zijn een verklaring van het staatshoofd, dat deze persoon dat staatshoofd vertegenwoordigt.

Ook in de Bijbel wordt gesproken over zogenaamde geloofsbrieven ofwel aanbevelingsbrieven die onze volmacht zijn:

“Beginnen wij onszelf weer aan te bevelen? Of hebben wij, zoals sommigen, aanbevelingsbrieven voor u nodig, of aanbevelingsbrieven van u? U bent onze brief, geschreven in onze harten, gekend en gelezen door alle mensen. Het is immers openbaar geworden dat u een brief van Christus bent, door onze bediening opgesteld, geschreven niet met inkt, maar door de Geest van de levende God (2 Korinthe 3:3).

De Heilige Geest in ons is dus het bewijsstuk van onze volmacht.

Tegelijkertijd rust de Heilige Geest ons ook toe zodat we onze taak als ambassadeur kunnen uitvoeren, zoals duidelijk blijkt uit 2 Timotheüs 1:7: “Want God heeft ons niet gegeven een geest van vreesachtigheid, maar van kracht en liefde en bezonnenheid.”

Waartoe zijn wij dan precies gevolmachtigd, oftewel wat is onze belangrijkste taak als ambassadeur?

Deze vraag kunnen we beantwoorden door te kijken naar de reden waarom God ons Zijn Heilige Geest heeft gegeven.

Vaak wordt de nadruk gelegd op het feit dat de Heilige Geest is gegeven zodat wij Gods geboden kunnen houden. En dat is natuurlijk ook zo!

De Heilige Geest is echter nog om een andere reden gegeven.

In Johannes 16:7-8 zegt Jezus: “Maar Ik zeg u de waarheid: Het is nuttig voor u dat Ik wegga, want als Ik niet wegga, zal de Trooster niet naar u toe komen; maar als Ik heenga, zal Ik Hem naar u toe zenden.” En dan zou u verwachten dat er in vers 8 staat: “Opdat u Mij kunt vrezen en Mijn geboden in acht kunt nemen en het u wel gaat.” Maar dat staat er niet! Wat er wel staat, is: “En als Die gekomen is, zal Hij de wereld overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel.”

Zo bezien, lijkt het erop dat de Heilige Geest met name is gegeven om iets te bewerkstelligen in de wereld en niet in de eerste plaats in onszelf of in de Kerk.

Een ander voorbeeld van de reden waarom God ons de Heilige Geest heeft gegeven, staat in Handelingen 1:8: “Maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en” – vervolgens zou u verwachten dat er iets staat als: “u zult Mij vrezen en Mijn geboden in acht nemen opdat het u wel gaat”. Maar nee, dat staat er niet. Wat staat er wel: “U zult Mijn getuigen zijn.”

Ook hier zien we dat de Heilige Geest met name is gegeven om iets te kunnen doen dat naar buiten gericht is.

De Heilige Geest in ons is dus het bewijsstuk van onze volmacht. Om wat te doen? Om te getuigen van de hoop die in ons is, als een ambassadeur van het Koninkrijk van God. De Heilige Geest rust ons tegelijkertijd ook toe om onze taak als ambassadeur uit te kunnen voeren.

Een ambassadeur is geen toerist

Zowel een ambassadeur als een toerist zijn allebei geïnteresseerd in het land waarin ze te gast zijn. Toch is er een groot verschil.

Een toerist reist naar een ander land voor zijn eigen ontspanning, voor de zon, of juist voor de sneeuw, voor de mooie omgeving, voor de bezienswaardigheden, voor de plaatselijke lekkernijen.

Een ambassadeur daarentegen is een persoon die de regering van zijn land vertegenwoordigt bij een ander land en  de nationale belangen van zijn land behartigt.

Een ambassadeur heeft dus geen eigen agenda. Hij houdt zich wat dat betreft aan de opdracht die hij heeft gekregen.

Wij, als ambassadeurs van Christus, behoren in de wereld waarin wij zijn uitgezonden, de belangen te vertegenwoordigen van Gods Koninkrijk. Hebreeën 2:10 maakt duidelijk wat het belang is dat we dienen: “Om veel kinderen tot heerlijkheid te brengen (…).”

Wat betekent dit inhoudelijk voor ons dagelijkse leven? We behoren niet meer voor onszelf te leven, zoals duidelijk wordt uit 2 Korinthe 5:15.

Wij zijn gekocht met het kostbare bloed van Jezus Christus en wij behoren Hem nu toe.

We horen dan ook nu ons leven te leven als een Gode welgevallig offer (Romeinen 12:1).

We behoren te doen wat staat in Lukas 9:23-24: we behoren niet aan ons leven te willen blijven vasthouden. Het Griekse woord voor leven in vers 24 is psuche, dat onder andere betekent de zetel van de gevoelens, verlangens, voorkeuren en afkeuren.

In hoeverre proberen wij God te gehoorzamen én tegelijkertijd ons leven lief te hebben en vast te houden aan onze plannen en verlangens? Hoe effectief en hoe geloofwaardig kan een ambassadeur zijn als voor iedereen duidelijk is dat hij niet alleen de belangen van zijn vaderland vertegenwoordigt, maar vooral zijn eigen belangen (zie Romeinen 2:24)?

Overigens is het niet verkeerd om plannen en verlangens te hebben, de vraag is alleen, in hoeverre beheersen die ons leven? Geven wij prioriteit aan Gods wens om veel kinderen tot heerlijkheid te brengen? Stellen wij ons daartoe als ambassadeurs van Christus beschikbaar, of reizen we rond als toerist?

Een ambassadeur geniet immuniteit

Diplomatieke immuniteit is een bij internationaal recht geregelde bescherming tegen rechtsvervolging voor o.a. ambassadeurs tijdens de periode waarin zij deze functie uitoefenen. Deze bescherming heeft alles te maken met de bijzondere aard van hun functie. De belangrijkste bedoeling is om functionarissen ervan te verzekeren dat zij hun taken in het gastland zonder belemmeringen kunnen uitvoeren.

Zo bestaat er een vergelijkbare diplomatieke onschendbaarheid voor de ambassadeurs van Jezus Christus. We zullen in dit leven weliswaar mogelijk te maken krijgen met vervolging, maar we moeten niet bang zijn om onze taak als geestelijke ambassadeurs uit te voeren, want zoals staat in Mattheüs 10:28: “En wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en de ziel niet kunnen doden, maar wees veeleer bevreesd voor Hem Die zowel ziel als lichaam te gronde kan richten in de hel.” Laat u dus geen angst aanjagen, want uw eeuwige leven is zeker bij God.

Overigens betekent deze onschendbaarheid niet dat we ons niet hoeven te houden aan de wetten die gelden in ons gastland, zoals ook duidelijk blijkt uit Romeinen 13:1-2 (zie ook verzen 3-5): “Ieder mens moet zich onderwerpen aan de gezagsdragers die over hem gesteld zijn, want er is geen gezag dan van God, en de gezagsdragers die er zijn, zijn door God ingesteld, zodat hij die zich verzet tegen het gezag, tegen de instelling van God ingaat, en wie daartegen ingaan, zullen over zichzelf een oordeel halen.”

De ambassade is de thuisbasis van waaruit de ambassadeur zijn werk doet

Een ambassade is een diplomatieke vertegenwoordiging van een land in een ander land.

De ambassade zorgt voor communicatie en onderhandelingen tussen de twee landen. Ook fungeert de ambassade vaak als aanspreekpunt voor burgers van het thuisland die op dat moment in het gastland verblijven en in moeilijkheden zijn gekomen die ze zelf niet kunnen oplossen.

Een sprekend voorbeeld bij dit punt is het prachtige getuigenis van Ludmilla, een 82-jarige weduwe uit het overwegend atheïstische Tsjechië. Ze heeft haar hart en huis opengesteld voor mensen die een luisterend oor of gebed nodig hebben. Naast haar deur staat een bordje met daarop de woorden ‘Ambassade van het Koninkrijk der hemelen’. “Mijn huis,” zegt ze, “is een uitbreiding, een ‘dependance’, van het Koninkrijk van God. Het staat open voor mensen in nood, voor hen die hemelse hulp nodig hebben.” Ludmilla luistert naar mensen die bij haar komen, neemt de tijd voor hen. Waar ze op dat moment zelf mee bezig was, legt ze opzij. “Want als God iemand stuurt, zou ik hem of haar dan niet ontvangen?” Een indrukwekkend getuigenis. Een gewone vrouw, een weduwe zelfs, geeft aan anderen door wat ze zelf van God heeft ontvangen; zo is ze ambassadeur van het Koninkrijk van God en vertegenwoordigt ze de Koning der koningen!

Is ons huis ook een ambassade van het Koninkrijk van God? Stellen wij ons huis open voor met name onze broeders en zusters en huisgenoten van het geloof (Galaten 6:10)? Zijn we, conform Romeinen 12:6-15, “deelgenoot in de noden van de heiligen”? En is onze vriendelijkheid bij alle mensen bekend (Filippenzen 4:5)?

En hoe staat het met andere hulpbehoevenden? Kunnen wij een luisterend oor bieden aan onze buren en vrienden? Voelen zij zich bij ons vertrouwd om hun noden met ons te bespreken?  Of zijn we zo druk met onze eigen zaken dat we standaard een bordje bij onze voordeur hebben staan: ‘ben even weg’, ‘ben met vakantie’, of ‘wegens corona gesloten’?

Paulus zegt tegen Timotheüs in 2 Timotheüs 4:2 dat hij het Woord gelegen of ongelegen moet prediken. Omdat Paulus hier spreekt tegen Timotheüs, mogen we ervan uit gaan dat met gelegen of ongelegen de (on-)gelegenheid van de kant van Timotheüs bedoeld wordt. Of het Timotheüs nou wel of niet uitkwam: er werd van hem als evangelist gewoon verwacht dat hij ten volle zijn dienst zou verrichten. Gelegen of ongelegen.

Van ons wordt als ambassadeurs van Christus verwacht dat wij altijd klaarstaan voor onze geloofsgenoten en voor anderen die hulp behoeven.

‘Gelegen of ongelegen’ slaat op onze (on-)gelegenheid. Waar God de gelegenheid geeft om van Zijn Zoon te getuigen en van het spoedig komende Koninkrijk van God, mag het ons nooit ongelegen komen.

Ons huis dient dus een ambassade van het Koninkrijk van God te zijn, maar we kunnen nog een stapje verder gaan. Paulus zegt in 1 Korinthe 6:19 en 2 Korinthe 6:16 dat ons lichaam een tempel is van de Heilige Geest. Op dezelfde manier zouden we in dit verband kunnen zeggen dat ons lichaam een ambassade is van het Koninkrijk van God.

In de praktijk is het zo dat een ambassade zich meestal bevindt in de stad waar ook de regering van het gastland zetelt. In slechts één (vaste) plaats dus.

In geestelijk opzicht is het echter zo dat overal waar wij heen gaan, de ambassade met ons mee gaat. Wij zijn als het ware een mobiele ambassade en overal waar wij gaan, horen wij de geur van Christus te verspreiden.

Laten we dus ons huis én onszelf openstellen voor de noden van met name onze broeders en zusters en voor allen die hulp nodig hebben en naar ons toe komen. Laat dit ons nooit ongelegen komen.

Conclusie

Als ambassadeurs van Jezus Christus dienen we de belangen van het Koninkrijk van God te behartigen en ons Staatshoofd Jezus Christus te vertegenwoordigen.

We dienen hierbij nooit uit het oog te verliezen dat we als ambassadeurs van Jezus Christus áltijd in functie zijn en nooit ‘geestelijk op vakantie’ kunnen gaan, maar altijd als een Gode welgevallig ambassadeur de geur van Christus dienen te verspreiden.

© Verenigde Kerk van God, Postbus 93, 2800 AB Gouda. Tel: 06-29601189. info@verenigdekerkvangod.org – www.verenigdekerkvangod.org.

Financieel steunen? Rekeningnummer NL43ABNA0538360747 of NL72INGB0003561825 t.n.v. Verenigde Kerk van God te Gouda. “ANBI geregistreerd”.

Het Nederlandse Supplement van Beyond Today

© Verenigde Kerk van God, Postbus 93, 2800 AB Gouda. Tel: 06-29601189. info@verenigdekerkvangod.org – www.verenigdekerkvangod.org.

Financieel steunen? Rekeningnummer NL43ABNA0538360747 of NL72INGB0003561825 t.n.v. Verenigde Kerk van God te Gouda. “ANBI geregistreerd”.

Het Nederlandse Supplement van Beyond Today

Een exemplaar aanvragen
Vul hieronder uw gegevens in en wij sturen u een gedrukt exemplaar van onze gratis brochure, ‘Ambassadeurs van Christus’.
Abonneer u gratis op Beyond Today!

Vul hieronder uw gegevens in voor een abonnement op onze gratis gedrukte editie van het tweemaandelijkse tijdschrift Beyond Today.

Alle Artikelen

Cookiebeleid

Deze website gebruikt cookies om informatie op uw computer op te slaan. Sommige van deze cookies zijn essentieel om onze site te laten werken en andere helpen ons te verbeteren door ons inzicht te geven in hoe de site wordt gebruikt.

Door onze site te gebruiken aanvaardt u de voorwaarden van ons Privacybeleid.

Ledenruimte

Dit is een besloten gedeelte voor leden en vrienden van de Verenigde kerk van God