Het Nederlandse Supplement van

januari/februari 2019

Hoort een christen al dan niet gedenkkwasten te dragen?

In de multiculturele samenleving waarin we leven, raken steeds meer mensen geïnteresseerd in Joodse tradities. Een gebruik dat de laatste tijd aan populariteit lijkt te winnen onder christenen, is het dragen van gedenkkwasten. In dit supplement gaan we in op de oudtestamentische instructie om gedenkkwasten te dragen en onderzoeken we of christenen onder het Nieuwe Verbond tegenwoordig nog steeds verplicht zijn om zich aan deze instructie te houden.

Wat zijn gedenkkwasten?

Gedenkkwasten (of ook wel tsietsiejot (enkelvoud: tsietsiet) genoemd) zijn kleine, geknoopte kwastjes van draden, meestal zo’n 15 tot 25 centimeter lang, die ongeveer ter hoogte van het middel gedragen worden. Vaak zijn ze vastgemaakt aan een sjaal of een ceintuur, maar ze kunnen in principe aan elk kledingstuk worden vastgemaakt.

Op twee plaatsen in de boeken van Mozes wordt aan de Israëlieten de instructie ten aanzien van de gedenkkwasten gegeven. De eerste is in Numeri 15:38-40: “Spreek tot de Israëlieten en zeg tegen hen dat zij voor zichzelf, al hun generaties door, kwastjes moeten maken aan de hoeken van hun kleren. Aan de kwastjes aan de hoek moeten zij een blauwpurperen draad bevestigen. Die zal voor u aan de kwastjes zitten, opdat u, wanneer u hem ziet, aan al de geboden van de HEERE denkt en die doet, zodat u niet uw eigen hart en uw eigen ogen zult onderzoeken, waar u als in hoererij achteraan gaat; opdat u aan al Mijn geboden denkt en die doet, en heilig bent voor uw God.”

De Almachtige wist dat de Israëlieten Zijn wetten zouden vergeten. Toen God het volk de Tien Geboden had gegeven, zei Hij, in de wetenschap dat ze niet het juiste hart hadden om te gehoorzamen: “Och, hadden zij maar zo’n hart om Mij te vrezen en Mijn geboden alle dagen in acht te nemen, opdat het hun en hun kinderen voor eeuwig goed zou gaan!” Voordat Mozes stierf, vertelde God hem dat Hij wist dat Israël Zijn wetten en verbond zou vergeten (Deuteronomium 31:16). Mozes wist dat ook en waarschuwde hen (Deuteronomium 31:29). Vanuit die kennis is het niet verwonderlijk dat God het volk Israël enkele fysieke manieren gaf om hen te herinneren aan Zijn wetten.

Vervulling onder het Nieuwe Verbond

Paulus noemde deze herinneringen of aandenkens een leermeester. “Zo is dan de wet onze leermeester geweest tot Christus, opdat wij uit het geloof gerechtvaardigd zouden worden” (Galaten 3:24). De leermeester heeft ons nu tot Christus gebracht. We weten dat we horen te wandelen “in een nieuw leven” (Romeinen 6:4), en dat we ons “met de nieuwe mens bekleed (hebben), die vernieuwd wordt tot kennis, overeenkomstig het beeld van Hem Die hem geschapen heeft” (Kolossenzen 3:10).

In het boek Galaten lezen we ook dat de ceremoniële wetten, die gegeven zijn 430 jaar ná het sluiten van het verbond met Abraham (welk verbond was gebaseerd op zijn gehoorzaamheid aan Gods geboden, wetten, instellingen en verordeningen, zie Genesis 26:5), het verbond en de belofte niet veranderden, maar eraan werden toegevoegd vanwege de ongehoorzaamheid van Israël, en slechts bindend zouden zijn voor hen tót de komst van de Messias.

In Hebreeën treffen we een soort shortlist aan om te bepalen over welke wetten we het nou precies hebben: “Deze was een zinnebeeld voor de tegenwoordige tijd. In overeenstemming daarmee werden er gaven en slachtoffers geofferd die niet in staat waren om hem die de dienst verrichtte, wat zijn geweten betreft tot volmaaktheid te brengen. Het betrof hier alleen voedsel en dranken en verscheidene wassingen, vleselijke verordeningen [oftewel fysieke rituelen!], die opgelegd waren tot op de tijd van de betere orde. Maar toen is Christus verschenen, de Hogepriester van de toekomstige heilsgoederen. Hij is door de meerdere en meer volmaakte tabernakel gegaan, die niet met handen is gemaakt, dat is: die niet van deze schepping is” (Hebreeën 9:9-11).

Toen de Israëlieten instemden met het verbond met God in Exodus 19-23, beloofden ze tweemaal plechtig om God te gehoorzamen en Zijn wetten te blijven naleven. Maar helaas waren ze al heel snel ongehoorzaam en wilden ze een gouden kalf om te aanbidden. Hiermee begon een lange serie zonden waardoor ze hun belofte verbraken. Dit bewees aan God dat Israël de ernst en hun toewijding niet begrepen en God niet op de juiste wijze vreesden. Het doel van de fysieke rituelen en offers was om het volk Israël het belang te leren van gehoorzaamheid aan Gods wetten en de ernst van het overtreden ervan. “Waartoe dient dan de wet? Zij is eraan toegevoegd omwille van de overtredingen, totdat het Nageslacht zou gekomen zijn aan Wie het beloofd was; en zij is door engelen in de hand van de middelaar beschikt” (Galaten 3:19).

Nu Jezus Christus gezeten is aan de rechterhand van de Vader en Hij de Heilige Geest gezonden heeft als onze helper, hebben wij  de wetten en geboden van God in ons hart en in ons verstand. Dit is de grootste verandering die door het offer van Jezus Christus in onze plaats mogelijk is geworden. Deze verandering is al geprofeteerd door Jeremia (Jeremia 31:31-33) en later opnieuw bevestigd door de schrijver van het boek Hebreeën (Hebreeën 8:8-10).

Deuteronomium 22

Het tweede hoofdstuk dat melding maakt van gedenkkwasten, laat zien dat het een handelingsprincipe betreft. Dit hoofdstuk is Deuteronomium 22 en bevat instructies ten aanzien van de toepassing van Gods wet in bepaalde situaties. Lees de eerste 12 verzen maar, en u zult zien dat deze instructies verduidelijkingen zijn van hoe het tweede grote gebod, “u moet uw naaste liefhebben als uzelf” (Leviticus 19:18), moet worden toegepast.

In dit hoofdstuk krijgen de Israëlieten de opdracht om afgedwaalde dieren en gevonden kledingstukken terug te brengen, om hulp te geven aan anderen als dat nodig is (Galaten 6:10), om niet de kleding van de andere sekse te dragen, om niet te zaaien met gemengd zaad, om niet te ploegen met verschillende dieren en om bepaalde soorten stof niet samen te verwerken tot kledingstuk. Ze krijgen de opdracht om vogelvrouwtjes die op een nest zitten, vrij te laten en om altijd een borstwering op het dak te maken om te voorkomen dat men ervan af valt.

Al deze instructies van God hebben een geestelijke basis, maar zijn tegenwoordig niet allemaal meer in fysiek opzicht van toepassing. De meesten van ons wonen niet in een huis met een borstwering (een verticaal stuk muur dat uitsteekt boven de gevel), maar we houden ons wel aan het principe dat we ons huis zo veilig mogelijk moeten maken voor de bewoners en gasten.

De oorspronkelijke, Schriftuurlijke bedoeling achter de kwastjes aan de kleding was om de Israëlieten te herinneren aan Gods geboden voor hen. Ze waren slaven van de zonde omdat hun menselijke natuur (zonder de Geest van God) en Satans invloed hen verleidde tot zondigen. Het was Gods bedoeling dat ze een modelnatie zouden zijn voor de wereld, een voorbeeld, maar ze waren niet in staat om dat heel lang te blijven – ze gaven toe aan de primaire instincten van de mens die we allemaal kennen. Maar de opdracht om onze natuur te overwinnen is nu mogelijk gemaakt door de uitstorting van de Heilige Geest. Nu kunnen we van harte gehoorzamen. Paulus schreef: “Maar God zij dank: u was wel slaaf van de zonde, maar nu bent u van harte gehoorzaam geworden aan het voorbeeld van de leer waaraan u overgegeven bent. En, vrijgemaakt van de zonde, bent u dienstbaar gemaakt aan de gerechtigheid” (Romeinen 6:17-18).

Aan de opdracht om kwastjes te maken om de Israëlieten eraan te herinneren Gods wet niet te vergeten, wordt nu voldaan door God niet alleen met uitwendige zaken te aanbidden, maar in geest en in waarheid. Jezus Christus zei tegen de vrouw bij de waterput: “God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid” (Johannes 4:24).

Het geestelijke overstijgt het fysieke

Sinds de komst van de Heilige Geest, waardoor we in staat zijn om de zonde te doden of uit te roeien (Romeinen 8:13), moeten we voortdurend door geestelijke dingen herinnerd worden aan ons verbond met onze God en onze opdracht om een rechtvaardig leven te leiden. Gods geschreven Woord is de belangrijkste manier om dit te doen.

Petrus schreef dat hij hoopte dat zijn brieven een herinnering zouden vormen (2 Petrus 1:15, 3:1-2). Ook wij horen keer op keer tijdens de Sabbatdiensten, bij Bijbelstudies en in onze omgang met Gods mensen hieraan herinnerd te worden.

Paulus gaf Timotheüs de opdracht om hier voortdurend mee bezig te zijn (2 Timotheüs 2:12-14). Paulus begreep dat gelovigen elkaar horen aan te sporen, en hij bracht hen voortdurend hun roeping, hun toekomst en hun plicht om God te gehoorzamen in herinnering. Hij schreef: “Nu ben ik ervan overtuigd, mijn broeders – ook ikzelf met het oog op u – dat u zelf ook vol bent van goedheid, vervuld met alle kennis, in staat ook elkaar terecht te wijzen” (Romeinen 15:14).

Een van de functies van de Geest van God is om ons het onderwijs van Jezus Christus in herinnering te helpen brengen. Voordat Jezus werd gekruisigd, beloofde Hij Zijn discipelen: “Maar de Trooster, de Heilige Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u in alles onderwijzen en u in herinnering brengen alles wat Ik u gezegd heb” (Johannes 14:26).

Jezus’ onderwijs ten aanzien van farizeeën, gebedsriemen en kwastjes

Veel mensen geloven dat Jezus een kledingstuk droeg met kwastjes, en het Bijbelse verslag lijkt te bevestigen dat Hij dat tijdens Zijn leven als mens heeft gedaan. Mattheüs 14:36 en de parallelle verzen vermelden dat mensen die genezing nodig hadden, Hem smeekten “alleen maar de zoom van Zijn bovenkleed te mogen aanraken. En allen die Hem aanraakten, werden gezond”. Het Griekse woord dat is vertaald met “zoom” – kraspedon – kan “uiteinde”, “zoom” of “kwast” betekenen (in de NBG’51 is het woord dan ook met “kwast” vertaald).

Hetzelfde woord is ook gebruikt in een zeer krachtige toespraak van Jezus waarin Hij de Schriftgeleerden en farizeeën aanklaagde. “Al hun werken doen zij om door de mensen gezien te worden, want zij maken hun gebedsriemen breed en de kwastjes [kraspedon] aan hun kleren groot” (Mattheüs 23:5). Het is heel duidelijk dat Hij hier het doen van religieus uitziende dingen om daardoor door anderen gezien te worden, veroordeelt. Keer op keer verweet Jezus de farizeeën de manier waarop ze hun godsdienst uitten – Hij noemde het huichelarij (Lukas 12:1), Hij zei dat hun vader Satan de duivel was en dat ze de begeerten van Satan deden (Johannes 8:44), en dat ze de wet van God opzij hadden geschoven in hun leven vanwege hun tradities (Markus 7:7-8). Hun godsdienst was tevergeefs omdat hun drijfveer verkeerd was.

Jezus maakte dit punt heel krachtig in de Bergrede: “Wees op uw hoede dat u uw liefdegave niet geeft in tegenwoordigheid van de mensen om door hen gezien te worden; anders hebt u geen loon bij uw Vader, Die in de hemelen is” (Mattheüs 6:1).

We moeten ons bekleden met Christus

“Maar bekleed u met de Heere Jezus Christus, en verzorg het vlees niet om begeerten op te wekken” (Romeinen 13:14).

In Genesis 3 lezen we over Adam en Eva, die nadat ze God ongehoorzaam waren geweest, ontdekten dat ze naakt waren. Vóór die tijd waren ze dat al, maar toen schaamden ze zich er nog niet voor. Nu doen ze dat wel. Hun oplossing is van vijgenbladeren een soort schorten te maken om hun naaktheid te bedekken. Ze proberen als het ware zélf de gevolgen van de zonde te bestrijden.

Fysiek gezien waren die schorten een werkzaam middel, maar geestelijk gezien hielp het niet. Dat beseft Adam maar al te goed, want als God hem ter verantwoording roept, zegt hij niet: “Ik was naakt”, maar hij zegt: “Ik ben naakt” terwijl hij een schort van vijgenbladeren aan heeft. Waarom zegt hij dat? Hij stond namelijk naakt in de zin van openlijk schuldig voor God.

God bekleedt Adam en Eva vervolgens met kleren van huiden, en daarvoor moest een dier worden geslacht. Dat wijst heen naar het offer van Jezus Christus. “En bijna alles wordt volgens de wet door bloed gereinigd, en zonder het vergieten van bloed vindt er geen vergeving plaats” (Hebreeën 9:22).

Dit heeft alles te maken met Gods rechtvaardigheid, met Zijn gerechtigheid. Wij kunnen dit niet zelf bewerken. Jezus Christus is gestorven om Gods gerechtigheid aan ons terug te geven (zie Jesaja 53:11b: “Door de kennis van Hem zal de Rechtvaardige, Mijn Knecht, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen.”).

Wij moeten bekleed worden met Gods gerechtigheid. Onze eigen “gerechtigheid” is niet voldoende. “Hun webben zijn niet geschikt voor kleding, en zij zullen zich niet kunnen bedekken met hun maaksels. Hun maaksels zijn maaksels van ongerechtigheid; gewelddadig werk is in hun handen” (Jesaja 59:6).

Daarentegen is de HEERE onze gerechtigheid, en we moeten ons met Hém bekleden: “Ik ben zeer vrolijk in de HEERE, mijn ziel verheugt zich in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen van het heil, de mantel van gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan” (Jesaja 61:10; vergelijk ook de parabel in Mattheüs 22:1-14).

Wij moeten de kleding die God ons heeft gegeven, aandoen en aanvaarden en daarbij leven naar Zíjn wetten en geboden. We moeten niet zelf kleren lopen maken en naar onze eigen maatstaven leven. Met onze eigen kleren gaan we het niet redden. We moeten niet proberen onszelf te willen rechtvaardigen. We kunnen alleen in de mantel van gerechtigheid oftewel met bruiloftskleding het Koninkrijk van God binnenkomen. En deze kleding krijgen we van God alleen, door het offer van Zijn Zoon Jezus Christus voor onze zonden.

Conclusie

Mensen die kwastjes en/of gebedsriemen dragen, doen dit over het algemeen vanuit een oprechte wens om God te gehoorzamen. Maar er zijn ook maar al te vaak voorbeelden geweest van mensen die door hun naleving van dit gebod (of talloze andere, vergelijkbare zaken) hebben gezorgd voor verdeeldheid in het Lichaam van Christus. Jezus veroordeelde de Schriftgeleerden en farizeeën omdat ze de fysieke geboden tot in het kleinste detail gehoorzaamden, terwijl ze de belangrijkere zaken van de wet, namelijk het oordeel, de barmhartigheid en de trouw, veronachtzaamden (Mattheüs 23:23-24).

Evenzo moeten wij een fysiek gebod waarvan we persoonlijk overtuigd zijn, niet laten uitmonden in een kwestie die verdeeldheid zaait. Paulus behandelde soortgelijke kwesties in Romeinen 14 en 1 Korinthe 8, waar hij opdroeg dat als er een meningsverschil is tussen mensen over een zaak met betrekking tot een fysieke viering, iedereen dan volledig overtuigd moet zijn in zijn eigen geest (Romeinen 14:5), en dat we om de mening van de ander moeten denken opdat wij niet een struikelblok voor hen vormen (1 Korinthe 8:9). “Laten wij dus najagen wat de vrede en de onderlinge opbouw bevordert” (Romeinen 14:19).

We worden geacht de dingen te zoeken die van boven zijn, waar Jezus Christus regeert (Kolossenzen 2:20-3:1). We hebben nu een “beter verbond (…) dat in betere beloften is vastgelegd” (Hebreeën 8:6). Laten we niet de inhoudsloze religie van de farizeeën najagen, die erkenning en aanzien zoeken bij andere mensen. Laten we ons in plaats daarvan richten op datgene wat het Lichaam opbouwt, samengevoegd en bijeengehouden door wat ieder lid daaraan bijdraagt (Efeze 4:16), en laten we vooral niet uit het oog verliezen dat het erom gaat dat we ons bekleden met de gerechtigheid van de Heere Jezus Christus.

Wilt u meer weten over Gods maatstaven voor ons leven, en of u wel werkelijk bekleed bent met de mantel van de gerechtigheid, dan kunt u onze gratis boekjes The Ten Commandments en The New Covenant: Does it Abolish God’s Law? gratis aanvragen. Op ons YouTube-kanaal kunt u kijken naar onze Beyond Today programma’s “Welke geboden moeten christenen houden?” en “Bevat uw leven geestelijk zuurdeeg?”

NEDERLANDS BEYOND TODAY-KANAAL OP YOUTUBE

Kent u de televisieprogramma’s van United Church of God (Verenigde Kerk van God) al? Deze Beyond Today-televisieprogramma’s zijn Nederlands ondertiteld en zijn zowel te vinden op onze website www.verenigdekerkvangod.org als op ons YouTube-kanaal (zoekterm op YouTube ‘Verenigde Kerk van God’).

In deze informatieve televisieprogramma’s nemen presentatoren Gary Petty, Steve Myers en Darris McNeely u mee op ontdekkingstocht door de Bijbel. Ze bespreken actualiteiten vanuit het licht van Bijbelprofetie, maar gaan ook in op allerlei vraagstukken als “Wat is de Hel?”, “De doop, over uw behoud gesproken”, “Christus’ 1000-jarige regering op aarde.”

De Beyond Today-televisieprogramma’s helpen u uw toekomst beter te begrijpen.

© Verenigde Kerk van God, Postbus 93, 2800 AB Gouda. Tel: 06-29601189. info@verenigdekerkvangod.org – www.verenigdekerkvangod.org.

Financieel steunen? Rekeningnummer NL43ABNA0538360747 of NL72INGB0003561825 t.n.v. Verenigde Kerk van God te Gouda. “ANBI geregistreerd”.

Het Nederlandse Supplement van Beyond Today

© Verenigde Kerk van God, Postbus 93, 2800 AB Gouda. Tel: 06-29601189. info@verenigdekerkvangod.org – www.verenigdekerkvangod.org.

Financieel steunen? Rekeningnummer NL43ABNA0538360747 of NL72INGB0003561825 t.n.v. Verenigde Kerk van God te Gouda. “ANBI geregistreerd”.

Het Nederlandse Supplement van Beyond Today

Een exemplaar aanvragen
Vul hieronder uw gegevens in en wij sturen u een gedrukt exemplaar van onze gratis brochure, ‘Hoort een christen al dan niet gedenkkwasten te dragen?’.
Abonneer u gratis op Beyond Today!

Vul hieronder uw gegevens in voor een abonnement op onze gratis gedrukte editie van het tweemaandelijkse tijdschrift Beyond Today.

Alle Artikelen

Cookiebeleid

Deze website gebruikt cookies om informatie op uw computer op te slaan. Sommige van deze cookies zijn essentieel om onze site te laten werken en andere helpen ons te verbeteren door ons inzicht te geven in hoe de site wordt gebruikt.

Door onze site te gebruiken aanvaardt u de voorwaarden van ons Privacybeleid.

Ledenruimte

Dit is een besloten gedeelte voor leden en vrienden van de Verenigde kerk van God