Het Nederlandse Supplement van

juli-augustus 2019

Is de leer van de Drie-eenheid Bijbels?

Veel mensen nemen aan dat God de Vader, Jezus Christus de Zoon en de Heilige Geest samen deel uitmaken van de Drie-eenheid. Deze doctrine wordt vaak omschreven als een geloof in één God, die bestaat uit drie zelfstandige, maar gelijkwaardige personen. Maar heeft u zich wel gerealiseerd dat ondanks het feit dat dit een algemene aanname is onder vele oprecht religieuze mensen, het woord Drie-eenheid nergens in de Bijbel staat? Het is zelfs zo dat het woord Drie-eenheid pas eeuwen nadat de laatste boeken van de Bijbel voltooid waren, als religieuze term in zwang is geraakt–lang nadat Christus' apostelen van het toneel waren verdwenen!

Verrassende bekentenissen

Let eens op deze bekentenissen uit een aantal hoog aangeschreven bronnen en van verscheidene auteurs, die ondanks het feit dat zij de Drie-eenheid onderschrijven, toch erkennen dat het woord “Drie-eenheid” en de doctrine nergens in de Bijbel te vinden zijn.

The International Standard Bible Encyclopedia erkent dat “‘drie-eenheid’ een term is uit de tweede eeuw en nergens in de Bijbel te vinden is, terwijl de Schriften nergens een concrete uitspraak over de drie-eenheid laten zien” (1988, deel 4, “Trinity”, pagina 914). Verderop wordt gezegd dat “kerkvaders de doctrine in de daarna volgende eeuwen verder hebben uitgewerkt”–lang nadat de apostelen het toneel al hadden verlaten.

The HarperCollins Bible Dictionary vertelt ons: “De formele doctrine aangaande de Drie-eenheid zoals deze door de grote kerkconcilies zijn gedefinieerd in de vierde en vijfde eeuw, zijn nergens terug te vinden in het NT [Nieuwe Testament]” (Paul Achtemeier, redactie, 1996, “Trinity”).

The New Encyclopedia Britannica legt in haar artikel over de Drie-eenheid het volgende uit: “Noch het woord Drie-eenheid noch de expliciete doctrine komen in het Nieuwe Testament voor (.) De doctrine heeft zich gedurende een aantal eeuwen en door vele tegenstellingen heen geleidelijk aan ontwikkeld (.) Het was pas in de vierde eeuw dat de zelfstandigheid van de drie en hun eenheid samen werden gebracht in één enkele strikte doctrine van één wezen en drie personen” (uitgave 1985, Micropaedia, deel 11, pagina 928).

Maarten Luther, de Duitse priester die de Reformatie als het ware veroorzaakte, gaf toe: “Het is inderdaad waar dat de naam ‘Drie-eenheid’ nergens in de Heilige Schrift gevonden kan worden, doch dat dit een verzinsel van de mens is” (opnieuw uitgebracht in The Sermons of Martin Luther, John Lenker, redactie, deel 3, 1988, pagina 406).

Professor Erickson stelt dat het onderwijs van de Drie-eenheid “niet aanwezig is in het Bijbelse gedachtegoed, maar ontstond toen het Bijbelse gedachtegoed in deze vreemde vorm [van Griekse ideeën] werd gegoten. Op die manier gaat de Drie-eenheid verder dan wat de Bijbel zegt over God, en verdraait dit zelfs” (God in Three Persons: A Contemporary Interpretation of the Trinity, 1995, pagina 20).

Professor Erickson legt even later uit: “Men beweert dat de doctrine van de Drie-eenheid een zeer belangrijke, cruciale en zelfs basisdoctrine is. Als dat werkelijk het geval is, had deze doctrine dan niet ergens duidelijker, directer en explicieter in de Bijbel moeten zijn opgenomen? Als dit de doctrine is die met name het unieke van het christendom zou moeten onderbouwen (.) hoe kan deze doctrine dan slechts in de Bijbelse openbaring worden geïmpliceerd? (.) Want er is hier toch zeker sprake van een cruciale zaak, waarover de Schrift niet luid en duidelijk spreekt. Tegen deze aanklacht kan maar weinig worden ingebracht. Het is onwaarschijnlijk dat er ook maar enig schriftgedeelte aan te wijzen is waarin de leer van de Drie-eenheid onderwezen wordt op een duidelijke, directe en onmiskenbare wijze” (pagina’s 108-109).

De achtergrond van de introductie van de Drie-eenheid

Aangezien de Drie-eenheid niet in de Bijbel te vinden is, wat door zoveel geleerden en theologen wordt toegegeven, hoe kon het dan gebeuren dat men deze leer ging beschouwen als een zo belangrijke doctrine?

Hoogleraren in de godsgeleerdheid Roger Olson en Christopher Hall onthullen een deel van deze puzzel in hun boek The Trinity: “Het is begrijpelijk dat het gewicht dat aan deze doctrine wordt gehangen veel gewone christenen en studenten versteld doet staan. Nergens in de Schrift wordt deze doctrine duidelijk en ondubbelzinnig genoemd (.) Hoe kan deze doctrine zo belangrijk zijn als zij nergens expliciet in de Schrift wordt genoemd? (.) De doctrine van de Drie-eenheid ontstond geleidelijk na de voltooiing van het Nieuwe Testament te midden van controversie, terwijl de kerkvaders die deze leer ontwikkelden, meenden dat zij eenvoudigweg goddelijke openbaring exegeteerden [uitlegden] en zeer zeker niet speculeerden over nieuwe ideeën, of nieuwe ideeën verzonnen. De volledige doctrine van de Drie-eenheid werd in de vierde eeuw tijdens twee grote oecumenische (universele) concilies uiteengezet: het concilie van Nicea (325 na Christus) en het concilie van Constantinopel (381 na Christus)” (2002, pagina’s 1-2).

Uit de hierboven aangehaalde bronnen kunnen we opmaken dat de idee van een Drie-eenheid onbekend was bij de schrijvers van de Bijbel. In plaats daarvan ontstond de doctrine van de Drie-eenheid pas veel later gedurende een tijdsspanne van verscheidene eeuwen, zoals veel van deze bronnen ook openlijk toegeven.

Om de factoren te begrijpen die geleid hebben tot de introductie van dit geloof, moeten we eerst teruggaan naar de eerste decennia van de vroege Kerk. We zien dan trends ontstaan die een verreikend gevolg hebben en nauwelijks begrepen worden.

De verrassende herkomst van de leer van de Drie-eenheid

De meeste mensen gaan ervan uit dat alles wat als ‘christelijk’ is aangemerkt, wel van Jezus Christus en Zijn eerste volgelingen moet afstammen. Maar dat is absoluut niet het geval. We hoeven maar naar de woorden van Jezus Christus en Zijn apostelen te kijken om te zien dat dat zeer zeker niet waar is.

De geschiedenis laat zien dat verscheidene ketterse ideeën zijn ontstaan en valse leraren zijn opgestaan in de vroege Kerk en op die manier de Kerk hebben geïnfiltreerd – net zoals Jezus en de schrijvers van het Nieuwe Testament hebben voorzegd. Christus Zelf waarschuwde Zijn volgelingen: “Pas op dat niemand u misleidt. Want velen zullen komen onder Mijn Naam (…) en zij zullen velen misleiden” (Mattheüs 24:4-5).

In andere passages kunt u meer van dit soort waarschuwingen lezen (zoals in Mattheüs 24:11; Handelingen 20:29-30; 2 Korinthe 11:13-15; 2 Timotheüs 4:2-4; 2 Petrus 2:1-2; 1 Johannes 2:18-19, 26; 4:1-3).

Nauwelijks twee decennia na Christus’ dood en opstanding schreef de apostel Paulus dat veel gelovigen zich al afwendden “naar een ander evangelie” (Galaten 1:6). Hij schreef dat hij gedwongen was om te wedijveren met “valse apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich [onder valse voorwendselen] voordoen als apostelen van Christus” (2 Korinthe 11:13). Eén van de grootste problemen waar hij mee te maken kreeg, waren “valse broeders” (vers 26).

Tegen het einde van de eerste eeuw waren de omstandigheden zó bedroevend geworden, dat valse leraars openlijk weigerden om afgezanten van de apostel Johannes te ontvangen, en ware christenen uit de Kerk stootten, zoals we kunnen lezen in 3 Johannes 9-10!

Het duurde niet lang voordat ware dienstknechten van God een onbetekenende minderheid gingen vormen te midden van degenen die zichzelf christenen noemden. Er ontstond een totaal andere religie, die meer en meer beïnvloed raakte door vele oude, heidense ideeën en gebruiken, en deze religie veranderde het geloof waarvan door Jezus Christus de basis was gelegd. Een dergelijke vermenging van religieuze geloofsovertuigingen staat bekend als syncretisme, en was gebruikelijk in het Romeinse Rijk in die tijd.

Ten tijde van de tweede eeuw waren de trouwe leden van de Kerk, Christus’ “kleine kudde” (Lukas 12:32), voor het grootste gedeelte verspreid geraakt door golven van dodelijke vervolging. Zij hielden krachtig vast aan de Bijbelse waarheid over Jezus Christus en God de Vader–ondanks de vervolging door de Romeinse autoriteiten en door degenen die wel beweerden christelijk te zijn, maar die in werkelijkheid “een andere Jezus” onderwezen en een “ander Evangelie” verkondigden (2 Korinthe 11:4; Galaten 1:6-9).

Verschillende ideeën omtrent Christus’ goddelijkheid resulteren in een conflict

Dit was de setting waarin de leer van de Drie-eenheid ontstond. Vanaf de eerste decennia na Jezus Christus’ bediening, dood en opstanding, en gedurende de eerste eeuwen daarna ontstonden diverse ideeën over Zijn ware natuur. Was Hij een mens? Was Hij God? Was Hij God in de gedaante van een mens? Was Hij een illusie? Was Hij een gewoon mens die God werd? Was Hij geschapen door God de Vader, of bestond Hij al in eeuwigheid samen met de Vader?

Al deze ideeën konden op verschillende aanhangers rekenen. De eenheid van het geloof van de originele Kerk ging verloren toen nieuwe geloofsstandpunten, waarvan vele waren geleend van heidense religies of hieraan waren aangepast, het oorspronkelijke onderwijs van Jezus en de apostelen vervingen.

Een klassiek voorbeeld is de discussie over de natuur van Christus, waardoor de Romeinse keizer Constantijn de Grote ertoe gebracht werd om het Concilie van Nicea (in het hedendaagse West-Turkije) bijeen te roepen in 325 na Christus. Ondanks het feit dat velen menen dat Constantijn de eerste “christelijke” Romeinse keizer was, aanbad hij in werkelijkheid de zonnegod en werd hij pas op zijn sterfbed gedoopt.

Als keizer in een periode van grote onrust binnen het Romeinse Rijk was Constantijn er alles aan gelegen om de eenheid binnen zijn rijk te bewaren. Hij erkende de waarde die religie kon hebben in het verenigen van zijn rijk. Dit was dan ook een van zijn belangrijkste beweegredenen om het “christelijk” geloof (dat in die periode inmiddels al ver van het onderwijs van Jezus Christus en de apostelen was afgedreven, en nog slechts in naam christelijk was) te aanvaarden en op te leggen.

Maar nu kreeg Constantijn te maken met een volgende uitdaging. Karen Armstrong, onderzoeker op het gebied van religies, legt in A History of God uit dat “een van de eerste problemen die opgelost moest worden, was de doctrine van God (.), [nu er] een nieuw gevaar dreigde van binnenuit, waardoor christenen verdeeld raakten in verschillende, bitter strijdende kampen” (1993, pagina 106).

Debat over Gods natuur in het Concilie van Nicea

Constantijn riep in het jaar 325 het Concilie van Nicea bijeen uit zowel politieke overwegingen–eenheid van het rijk–als uit religieuze overwegingen. De belangrijkste kwestie op dat moment kreeg bekendheid onder de naam “de Ariaanse twisten”.

“In de hoop om de steun te krijgen van het groeiende aantal christenen, en zodoende zijn regering zeker te stellen, had hij hun velerlei diensten bewezen, en was het ook in zijn belang dat de kerk sterk en eensgezind zou zijn. De Ariaanse twisten vormden een bedreiging voor de eenheid en sterkte. Om die reden beijverde hij zich om een eind aan dat probleem te maken. Hem werd de suggestie gedaan, mogelijk door de Spaanse bisschop Hosius, die aan het hof zeer invloedrijk was, dat indien een synode bijeen werd geroepen die zowel de kerk in het westen als die in het oosten vertegenwoordigde, het wellicht mogelijk zou zijn om de harmonie te herstellen.”

“Constantijn zelf wist natuurlijk niets van deze kwestie af en die liet hem ook koud, maar hij wilde zeer graag een eind maken aan deze twisten, en Hosius’ advies klonk hem dan ook als muziek in de oren” (Arthur Cushman McGiffert, A History of Christian Thought, 1954, deel 1, pagina 258).

Arius, een priester uit Alexandrië in Egypte onderwees dat Christus, omdat Hij de Zoon van God was, wel een begin moet hebben gehad en om die reden een speciale schepping van God was. Verder onderwees hij dat als Jezus de Zoon was, de Vader noodzakelijkerwijs ouder zou moeten zijn.

Tegengesteld aan het onderwijs van Arius was het onderwijs van Athanasius, een diaken eveneens uit Alexandrië. Zijn visie behelsde een vroege vorm van de Drie-eenheid, waarbij de Vader, de Zoon en de Heilige Geest één waren, maar tegelijkertijd zelfstandig waren van elkaar.

Het besluit welke visie het concilie zou aanvaarden was in grote mate willekeurig. Ondanks het feit dat hij niet werkelijk een christen was, bevond Constantijn zich als keizer in de ongewone positie een beslissing te moeten nemen inzake een kerkdoctrine.

Historicus Henry Chadwick verklaart: “Constantijn aanbad, net als zijn vader, de Onoverwinnelijke Zon” (The Early Church, 1993, pagina 122). Voor wat betreft het aanhangen van het christendom door de keizer erkent Chadwick het volgende: “Zijn bekering moet niet gezien worden als een innerlijke ervaring van genade (…) Het was een militaire keuze. Zijn begrip van de christelijke doctrine is nooit erg groot geweest” (pagina 125).

Met de goedkeuring van de keizer verwierp het Concilie de minderheidsvisie van Arius en keurde de visie van Athanasius–eveneens een minderheidsvisie–goed, aangezien ze geen ander alternatief hadden. De kerk bevond zich nu in de vreemde positie dat zij vanaf dat moment officieel de in Nicea genomen beslissing inzake een leerstelling die slechts door een kleine minderheid van de aanwezigen gedeeld werd, moest ondersteunen.

De basis voor de officiële acceptatie van de Drie-eenheid was nu gelegd–maar het duurde nog meer dan drie eeuwen na Jezus Christus’ dood en opstanding voordat deze on-Bijbelse leerstelling werkelijk tevoorschijn kwam!

De beslissing van ‘Nicea’ maakte geen einde aan de discussie

Het concilie van Nicea maakte geen einde aan de controverse. Karen Armstrong legt dit uit: “Athanasius kreeg het (…) met de hete adem van de keizer in hun nek voor elkaar om zijn theologie aan de afgezanten op te leggen. De schijnbare overeenstemming behaagde Constantijn, die totaal geen begrip had van de theologische kwesties, maar in werkelijkheid was er geen overeenstemming in Nicea. Na het concilie bleven de bisschoppen onderwijzen zoals zij voorheen hadden gedaan, en de Ariaanse kwestie duurde nog eens zestig jaar voort. Arius en zijn volgelingen vochten terug en slaagden erin om bij de keizer terug in de gunst te komen. Athanasius werd niet minder dan vijf keer verbannen. Het was erg moeilijk om zijn geloofsovertuiging te laten wortelen” (pagina’s 110-111).

De discussie verschuift naar de natuur van de Heilige Geest

Al spoedig verschoof het zwaartepunt van de onenigheden naar een andere kwestie, namelijk de natuur van de Heilige Geest. Wat de Heilige Geest betreft was de stelling van het Concilie van Nicea eenvoudig: “We geloven in de Heilige Geest.”

Professor Ryrie schrijft hierover: “In de tweede helft van de vierde eeuw gaven drie theologen uit de provincie Cappadocië in het oosten van Klein-Azië [huidig midden-Turkije] de definitieve vorm aan de leer van de Drie-eenheid” (pagina 65). Zij stelden een idee voor die nog een stap verder ging dan Athanasius’ visie – namelijk dat God de Vader, Jezus de Zoon en de Heilige Geest gelijkwaardig waren en samen in één wezen bestonden, maar tegelijkertijd zelfstandig waren van elkaar.

Deze mannen – Basilius, bisschop van Ceasarea, Gregorius, de bisschop van Nyssa, en Gregorius van Nazianze – waren allen “getraind in de Griekse filosofie” (Armstrong, pagina 113), waar hun visie en hun geloofsovertuigingen ongetwijfeld door zijn beïnvloed.

De Drie-eenheid wordt tot officiële doctrine verheven

Het onderwijs van de drie theologen uit Cappadocië “maakte het voor het Concilie van Constantinopel (381) mogelijk om de goddelijkheid van de Heilige Geest te bevestigen, welke goddelijkheid tot op dat moment nog nergens helder was beschreven, zelfs niet in de Schriften” (The HarperCollins Encyclopedia of Catholicism, “God”, pagina 568).

Het concilie nam de volgende uitspraak over, die in het Nederlands (gedeeltelijk) als volgt luidt:

“Wij geloven in één God, de almachtige Vader, Schepper van de hemel en de aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in één Here Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, geboren uit de Vader voor alle eeuwen (…) En in de Heilige Geest, die Here is en levend maakt, die van de Vader en de Zoon uitgaat, die samen met de Vader en de Zoon aangebeden en verheerlijkt wordt, die gesproken heeft door de profeten (…)” (http://nl.wikipedia.org/wiki/Geloofsbelijdenis_van_Nicea-Constantinopel).

De uitspraak bevestigde ook het geloof in “de ene heilige, algemene en apostolische kerk”.

Met deze geloofsbelijdenis uit 381, die bekend werd onder de naam Geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel, werd de Drie-eenheid, zoals deze tegenwoordig bekend is, verheven tot het officiële geloof en onderwijs betreffende de natuur van God.

Andere standpunten verboden

Nu er een besluit tot stand gekomen was, tolereerde keizer Theodosius (die zelf ook pas een jaar vóórdat hij het concilie voor zou zitten, gedoopt was!) geen andersluidende standpunten meer. Hij vaardigde zijn eigen verordening uit die als volgt luidde: “Vanaf nu eisen wij dat alle kerken overgedragen worden aan de bisschoppen die Vader, Zoon en Heilige Geest in één enkele majesteit, met dezelfde heerlijkheid, met dezelfde pracht belijden, die geen verdeeldheid zaaien door heiligschennis, maar (die) de Drie-eenheid (bevestigen) door de Personen te erkennen en de Godheid te verenigen” (geciteerd door Richard Rubenstein, When Jesus Became God, 1999, pagina 223).

Een andere door Theodosius uitgevaardigde verordening gaat nog een stapje verder door het aanhangen van het nieuwe onderwijs te eisen: “Laten wij geloven in de ene godheid van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, in gelijke majesteit en in een heilige Drie-eenheid. We keuren goed dat zij die dit voorschrift volgen de naam van katholieke christenen aannemen; maar voor wat betreft de overigen verordenen wij, aangezien zij in onze ogen verachtelijke gekken zijn, dat zij de schandelijke naam ketters moeten dragen, en zij zich niet de vrijheid mogen veroorloven hun samenkomsten de naam kerken te geven. Zij zullen in de eerste plaats de kastijding van de goddelijke verwerping moeten ondergaan, en ten tweede de straf die onze autoriteit, in overeenstemming met de Hemelse wil, zal besluiten op te leggen” (opnieuw weergegeven in Documents of the Christian Church, Henry Bettenson, 1967, pagina 22).

Leer van de Drie-eenheid na vallen en opstaan uiteindelijk vastgesteld

Deze ongewone gang van zaken is de reden waarom Anthony en Richard Hanson, beiden hoogleraar theologie, deze geschiedenis in hun boek Reasonable Belief: A Survey of the Christian Faith als volgt samenvatten door op te merken dat de overname van de leer van de Drie-eenheid het gevolg is van “een proces van theologisch speurwerk, dat ten minste driehonderd jaar heeft geduurd (.) Het was zelfs een proces van vallen en opstaan (bijna op goed geluk), waarbij het ‘opstaan’ in geen geval beperkt werd door het onorthodoxe (.) Het zou dwaas zijn om te doen voorkomen alsof de totstandkoming van de leer van de Heilige Drie-eenheid op enige andere wijze is geschied” (1980, pagina 172).

Vervolgens concluderen ze: “Dit was een lang, verwarrend proces waarin verschillende stromingen in de Kerk voor zichzelf trachtten een antwoord te vinden – dat zij vervolgens anderen trachtten op te leggen – op de vraag ‘Hoe goddelijk is Jezus Christus?’ (…) Als er ooit een controverse door een dergelijke methode van ‘vallen en opstaan’ is beëindigd, dan is het wel deze” (pagina 175).

De Drie-eenheid verhult Wie God is en wat Zijn plan met de mensheid is

Dit is in het kort het verbazingwekkende verhaal achter de introductie en herkomst van de leer van de Drie-eenheid, een leer die nergens in de Bijbel gevonden wordt. Maar is het afgezien daarvan zo erg om in de Drie-eenheid te geloven, vraagt u zich wellicht af? Ja! De leer van de Drie-eenheid geeft namelijk een totaal vervormd, onjuist beeld van Wie God is en daarmee samenhangend  wat Zijn plan is met de mensheid.

Wilt u meer weten over Gods plan met de mensheid? Vraag dan ons gratis boekje “Wat is uw bestemming?” aan via onze website of download het daar.

In onze gratis boekjes “Wie is God?”, “Jezus Christus: het ware verhaal” en “Is God een Drie-eenheid?” wordt dieper ingegaan op Wie God is en waarom de Drie-eenheid niet juist is.

© Verenigde Kerk van God, Postbus 93, 2800 AB Gouda. Tel: 06-29601189. info@verenigdekerkvangod.org – www.verenigdekerkvangod.org.

Financieel steunen? Rekeningnummer NL43ABNA0538360747 of NL72INGB0003561825 t.n.v. Verenigde Kerk van God te Gouda. “ANBI geregistreerd”.

Het Nederlandse Supplement van Beyond Today

Een exemplaar aanvragen
Vul hieronder uw gegevens in en wij sturen u een gedrukt exemplaar van onze gratis brochure, ‘Is de leer van de Drie-eenheid Bijbels?’.
Abonneer u gratis op Beyond Today!

Vul hieronder uw gegevens in voor een abonnement op onze gratis gedrukte editie van het tweemaandelijkse tijdschrift Beyond Today.

Alle Artikelen

Cookiebeleid

Deze website gebruikt cookies om informatie op uw computer op te slaan. Sommige van deze cookies zijn essentieel om onze site te laten werken en andere helpen ons te verbeteren door ons inzicht te geven in hoe de site wordt gebruikt.

Door onze site te gebruiken aanvaardt u de voorwaarden van ons Privacybeleid.

Ledenruimte

Dit is een besloten gedeelte voor leden en vrienden van de Verenigde kerk van God