Het Nederlandse Supplement van

januari/februari 2021

Wie is onze naaste?

Ons voorbeeld is Jezus Christus, en zo op het eerste oog lijkt de vraag, wie onze naaste is, gemakkelijk te beantwoorden te zijn vanuit de woorden en voorbeelden van Jezus. Hem werd immers diverse malen gevraagd wie dan de naaste zou zijn.

Een van de meest bekende parabels in dit kader is de parabel van de barmhartige Samaritaan. Laten we hier eens goed naar kijken, want Jezus geeft hier expliciet aan wie onze naaste is en wat Hij van ons verwacht hoe we met onze naasten omgaan.

Lukas 10:25-27:En zie, een wetgeleerde stond op om Hem te verzoeken, en zei: Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven? En Hij zei tegen hem: Wat staat er in de Wet geschreven? Wat leest u daar? Hij antwoordde en zei: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.”

Het grote gebod

De wetgeleerde benoemt hier het grote gebod, zoals dit beschreven is in de wet. Het eerste deel staat driemaal benoemd, namelijk in Deuteronomium 6:5, 10:12 en 30:6, en het tweede deel – “Heb uw naaste lief” – staat apart benoemd in Leviticus 19:18.

Op andere plaatsen in de evangeliën noemt Jezus dit “het grote gebod”. Dit staat bijvoorbeeld in Mattheüs 22:37-38: “Jezus zei tegen hem: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod.”

Na vers 38 komt het 2e grote gebod, dat niet minder is dan het eerste gebod. Vers 39-40: En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet, en de Profeten.”

Markus 12:31 voegt er nog aan toe:Er is geen ander gebod groter dan deze.”

Paulus geeft aan dat 5 van de 10 geboden te maken hebben met liefde voor onze naaste. Romeinen 13:8-10:Wees niemand iets schuldig dan elkaar lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld. Want dit: U zult geen overspel plegen (7e gebod), u zult niet doden (6e gebod), u zult niet stelen (8e gebod), u zult geen vals getuigenis geven (9e gebod), u zult niet begeren (10e gebod:), en welk ander gebod er ook is, wordt in dit woord samengevat, namelijk hierin: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. De liefde doet de naaste geen kwaad. Daarom is de liefde de vervulling van de wet.”

Paulus geeft zelfs aan in Galaten 5:14: Want de hele wet wordt in één woord vervuld, namelijk hierin: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.”

Dus onze naaste liefhebben is één van de belangrijkste Bijbelse thema’s. Jakobus noemt het gebod om de naaste lief te hebben “de koninklijke wet” als hij schrijft over het benaderen van mensen zonder aanzien des persoons in Jakobus 2:8-9: Als u echter de koninklijke wet volbrengt, volgens de Schrift: U zult uw naaste liefhebben als uzelf, dan handelt u goed. Maar als u met aanzien des persoons handelt, begaat u een zonde en wordt u door de wet ontmaskerd als overtreders.”

De barmhartige Samaritaan

De wetgeleerde vroeg aan Jezus wat nodig was om het eeuwige leven te beërven en hij gaf zelf als antwoord dat we ons dan dienen te houden aan de twee grote geboden. En het verhaal gaat verder:

Lukas 10:28-29:Hij zei tegen hem: U hebt juist geantwoord. Doe dat en u zult leven. Maar hij wilde zichzelf rechtvaardigen en zei tegen Jezus: Wie is mijn naaste?”

Dat is dus ook de vraag in dit artikel: wie is onze naaste? En om deze vraag te beantwoorden vertelt Jezus het volgende verhaal.

Lukas 10:30-32: Jezus antwoordde en zei: Een man ging van Jeruzalem naar Jericho en viel in de handen van rovers, die hem de kleren uittrokken, hem daarbij slagen toedienden en hem bij hun vertrek halfdood lieten liggen. Toevallig kwam er een priester langs diezelfde weg, en toen hij hem zag, ging hij aan de overkant voorbij. Evenzo ging ook een Leviet, toen hij op die plek kwam en hem zag, aan de overkant voorbij.”

Jezus’ woordkeuze hier is bijzonder. De weg tussen die twee steden was een smal pad, hooguit 2 meter breed. Er is dus eigenlijk geen overkant.

De priester en de Leviet gaan zover mogelijk van de gewonde man vandaan langs hem heen. Maar ze moeten zijn kreunen hebben gehoord, het bloed en zweet hebben geroken en de nood van de man hebben gezien. Dus we zien hen dan toch zeker wel als de slechteriken in het verhaal?

Nou, als we het verhaal vertellen alsof zij de slechteriken zijn, dan missen we de essentie van wat Jezus hier de wetsgeleerde duidelijk wil  maken.

De man aan de kant van de weg was geslagen en voor halfdood achtergelaten. Dat betekent dat hij onder het bloed zat. En volgens de wet werd je, als je in aanraking was geweest met het bloed van een ander, als onrein beschouwd.

En als je een priester bent, of een Leviet, dan kan je alleen je volk dienen, trouw blijven aan je God en je bijdrage leveren aan je gemeenschap door ceremonieel rein te blijven. Dus ze hadden een goede reden om niet te helpen.

Dus toen ze die man tegenkwamen, moesten ze elk een besluit nemen: help ik deze ene man, waardoor ik zelf onrein word, wat inhoudt dat ik voor een bepaalde periode geen dienst kan doen? Of blijf ik rein en kan ik het volk dienen?

En zij maakten daarin de keuze de gewonde man niet te helpen.

En dan komen we bij de clou van het verhaal in Lukas 10:33:Maar een Samaritaan die op reis was, kwam in zijn buurt, en toen hij hem zag, was hij met innerlijke ontferming bewogen.”

Op dit punt is het goed te realiseren dat de wetgeleerde die Jezus de vraag stelde, waarschijnlijk zal hebben gedacht of verwacht dat die derde persoon uit het verhaal van Jezus een wetgeleerde zou zijn, die vervolgens de gewonde man helpt.

Dan zou Jezus Zijn punt gemaakt hebben tegenover de wetgeleerde over hoe je naaste iemand is die in nood is, die op je pad komt. En dat is hoe mensen vaak dit verhaal vertellen: Ik moet die Samaritaan zijn en die gewonde man is dan mijn naaste.

Maar dan missen we dus de kern van het verhaal.

Want wat een schok moet het zijn geweest voor die wetgeleerde toen hij hoorde dat die 3e persoon een Samaritaan was. Farizeeërs en wetgeleerden – zeg maar het “godsdienstig establishment” – minachtten de Samaritanen. Dit moet wel het laatste personage zijn geweest dat de wetgeleerde had verwacht in dit verhaal. Samaritanen waren in hun ogen onrein.

Deze minachting duurde al generaties lang en was diepgeworteld. Om dit te verduidelijken volgt hier een korte geschiedenisles.

Geschiedenis van de Samaritanen

De bron voor dit tussengedeelte is Christipedia.nl.

Samaritanen zijn de bewoners van de streek Samaria, tussen Judea en Galilea.

Die minachting, die walging voor de Samaritanen, heeft een eeuwenoude oorsprong. Na de val van de stad Samaria (722 v. Chr.) werden de Israëlieten van het noordelijke tienstammenrijk van Israël door de Assyriërs weggevoerd naar Assyrië. Naar het vrijwel ontvolkte land werden door diverse Assyrische koningen heidense bewoners uit andere veroverde landen gedeporteerd. Deze heidenen kwamen uit Babylon, ten noorden en noordoosten van Israël.

De nog achtergebleven Israëlieten en de heidense kolonisten vermengden zich tot een nieuw volk, de Samaritanen, en zij ontwikkelden een soort van monotheïstische religie (doch niet zuiver monotheïstisch) die enigszins gebaseerd was op de wet van Mozes.

Nadat een overblijfsel van Joden uit de Babylonische ballingschap was teruggekeerd om de tempel van God in Jeruzalem te herbouwen, boden de Samaritanen hun medewerking aan. De Joden sloegen het aanbod af, uit vrees dat de zuiverheid van de Joodse godsdienst in gevaar zou komen.

Op de berg Gerizim bouwden de Samaritanen hun eigen tempel en richtten er een eredienst in zoals te Jeruzalem. Nadat deze was verwoest hielden de Samaritanen de berg Gerizim in ere en gingen er op de grote feesten heen.

De Samaritaanse vrouw

Op deze berg Gerizim had Jezus een ontmoeting met een Samaritaanse vrouw. Zij zei tegen Hem: “Heere, ik zie dat U een profeet bent. Onze vaderen hebben op deze berg aanbeden, en bij u zegt men dat in Jeruzalem de plaats is waar men moet aanbidden” (Johannes 4:19-20).

De Samaritanen keken uit naar de komst van een profeet als Mozes en hoopten dat de Messias hun tempel zou herstellen en hun godsdienst zou bevestigen. Jezus wees er echter op dat het heil uit de Joden is.

Vers 21-22 vervolgt het verhaal: “Vrouw, geloof Mij, de tijd komt dat u niet op deze berg, en ook niet in Jeruzalem de Vader zult aanbidden. U aanbidt wat u niet weet; wij aanbidden wat wij weten, want de zaligheid is uit de Joden.

In de tijd van Jezus meden Joden het contact met Samaritanen. Zij beschouwden hen vanwege hun gemengde bevolking als onrein. Hun eredienst in Sichem werd onwettig geacht. De wetgeleerde, die Jezus verzocht met de vraag “Wie is mijn naaste?” moet de Samaritanen hebben geminacht.

De Samaritaanse vrouw verwonderde zich erover dat de Jood Jezus met haar sprak: “Hoe vraagt U, Die een Jood bent, van mij te drinken, die een Samaritaanse vrouw ben? Want Joden hebben geen omgang met Samaritanen” (Johannes 4:9).

Nog twee sprekende voorbeelden, die duidelijk maken hoezeer de Joden een hekel hadden aan de Samaritanen.

Dat de Samaritanen door de Joden geminacht werden, blijkt ook uit de woorden van Jezus’ tegenstanders in Johannes 8:48: “Zeggen wij niet terecht dat U een Samaritaan bent en door een demon bezeten bent?”

In Lukas 9 is een verhaal opgetekend dat toen Jezus van Galilea naar Jeruzalem ging, Samaritanen van een zeker dorp Hem weigerden te ontvangen, omdat Hij op weg was naar Jeruzalem. De reactie van Jakobus en Johannes is veelzeggend, ze stellen namelijk voor om dan maar meteen het dorp met de grond gelijk te maken door vuur van de hemel te laten neerdalen…

Een goede Samaritaan bestaat toch niet?

Nu weer terug naar de parabel van de barmhartige Samaritaan.

Dus in dit verhaal dat Jezus vertelt, helpt een Samaritaan de gewonde Joodse man. Het moet zo’n beetje onmogelijk zijn geweest voor die wetgeleerde om dit verhaal aan te horen. Een góede Samaritaan? Als mensen in onze tijd de uitdrukking goede of barmhartige Samaritaan gebruiken, doen ze dat zonder walging of ironie of nog sterker, zonder ongeloof. Het is nu geen tegenstelling. Het moge nu duidelijk zijn dat het in die tijd nadrukkelijk wél het geval was. Een goede of barmhartige Samaritaan was een onmogelijkheid voor de Joden. En dat is de clou van het verhaal!

Jezus eindigt Zijn verhaal waarin een Samaritaan de held is, en vraagt aan de wetgeleerde: “Wie van deze drie denkt u dat de naaste geweest is van hem die in handen van de rovers gevallen was?” (Lukas 10:36).

Ziet u hoe briljant Jezus bezig is én precies de spijker op de kop slaat? De wetgeleerde kan het woord Samaritaan zelfs niet uitspreken. Zo diep zit zijn haat. Hij kan enkel zeggen: “Degene die hem barmhartigheid bewezen heeft.” En vers 37 eindigt als Jezus tegen hem zegt: “Ga heen en doet u evenzo.”

Dat is waar het om gaat. Het gaat om het doen van barmhartigheid aan hen, onze naaste die op ons pad komt en die hulp nodig heeft, zelfs al is het onze ergste vijand. Jezus maakt duidelijk dat die Samaritaan degene is, die toont hoe we een naaste moeten zijn.

Wij worden geroepen om onze naaste lief te hebben. Dat is waar je het eeuwige leven vindt, zoals initieel de vraag was van de wetsgeleerde: in je naaste liefhebben, degene die jou haat, degene die jij veracht, degene van wie je wel zou willen dat die niet bestond, degene wiens naam je niet eens kan uitspreken.

Wat maakt dat onze naaste liefhebben zo belangrijk is?

Er is een belangrijke reden waarom we onze naaste moeten liefhebben als onszelf. Alle mensen zijn Gods kinderen en Hij wil dat wij liefhebben, zoals Hij liefheeft zoals staat in het welbekende Johannes 3:16.

Jezus roept de wetgeleerde en dus ook ons op om lief te hebben zoals God liefheeft. Dus íedereen. Jezus daagt die wetsgeleerde én ons uit om zelfs goddelijke liefde te bewijzen aan diegenen die je het moeilijkst kan liefhebben.

Dat is het antwoord op de vraag waarom we onze naaste moeten liefhebben. Dat is het antwoord op de vraag van de wetsgeleerde hoe het eeuwig leven te verkrijgen. We dienen te begrijpen waar het werkelijk allemaal om gaat.

En als we dit begrijpen, kunnen we ook bepaalde woorden van Jezus in de Bergrede beter begrijpen. U herinnert zich wel de woorden in Mattheüs 5 waarin Jezus zegt niet ten onrechte boos te zijn op onze naaste, het belang van het zich verzoenen met onze broeder en vooral wat staat in Mattheüs 5:44-45:Heb uw vijanden lief; zegen hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten; en bid voor hen die u beledigen en u vervolgen; zodat u kinderen zult zijn van uw Vader, Die in de hemelen is, want Hij laat Zijn zon opgaan over slechte en goede mensen, en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.” En dan vers 48: “Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.

Al deze voorbeelden tonen hoe belangrijk het is om de naaste lief te hebben. Jezus geeft aan dat het te maken heeft met volmaakt worden, zoals God de Vader volmaakt is. Wij zijn Zijn kinderen en dit is wat Hij verlangt van ons, dat ook wij AL Zijn kinderen liefhebben. Het gaat hier om acceptatie en vergeving.

Het accepteren en vergeven van de ander (en soms van onszelf) gaat ons niet van nature af. Maar wij hebben dan ook de opdracht om onze menselijke natuur te ontgroeien (Galaten 5:16-21:Wandel door de Geest”). En om af te sluiten hoe we onze naaste moeten liefhebben: wij zijn Gods kinderen en wij dienen elkaar lief te hebben als kinderen. Jezus zei in Markus 10:14-15: “Laat de kinderen bij Mij komen en verhinder hen niet, want voor zodanigen is het Koninkrijk van God. Voorwaar, Ik zeg u: wie het Koninkrijk van God niet ontvangt als een kind, zal het beslist niet binnengaan.

Wij zijn nu Gods kinderen, maar realiseer u dat vrijwel elke naaste die u tegenkomt uiteindelijk ook Gods kind zal zijn. Dat is de boodschap van de Bijbel en Gods Feestdagen.

© Verenigde Kerk van God, Postbus 93, 2800 AB Gouda. Tel: 06-29601189. info@verenigdekerkvangod.org – www.verenigdekerkvangod.org.

Financieel steunen? Rekeningnummer NL43ABNA0538360747 of NL72INGB0003561825 t.n.v. Verenigde Kerk van God te Gouda. “ANBI geregistreerd”.

Het Nederlandse Supplement van Beyond Today

© Verenigde Kerk van God, Postbus 93, 2800 AB Gouda. Tel: 06-29601189. info@verenigdekerkvangod.org – www.verenigdekerkvangod.org.

Financieel steunen? Rekeningnummer NL43ABNA0538360747 of NL72INGB0003561825 t.n.v. Verenigde Kerk van God te Gouda. “ANBI geregistreerd”.

Het Nederlandse Supplement van Beyond Today

Een exemplaar aanvragen
Vul hieronder uw gegevens in en wij sturen u een gedrukt exemplaar van onze gratis brochure, ‘Wie is onze naaste?’.
Abonneer u gratis op Beyond Today!

Vul hieronder uw gegevens in voor een abonnement op onze gratis gedrukte editie van het tweemaandelijkse tijdschrift Beyond Today.

Alle Artikelen

Cookiebeleid

Deze website gebruikt cookies om informatie op uw computer op te slaan. Sommige van deze cookies zijn essentieel om onze site te laten werken en andere helpen ons te verbeteren door ons inzicht te geven in hoe de site wordt gebruikt.

Door onze site te gebruiken aanvaardt u de voorwaarden van ons Privacybeleid.

Ledenruimte

Dit is een besloten gedeelte voor leden en vrienden van de Verenigde kerk van God